Starten van een warmtebedrijf

Een warmtebedrijf volgens de visie van Energie voor Elkaar begint bij een ideaal: duurzame warmte leveren, fossiel vrij. Toen in 2012 de eerste stappen werden gezet voor  onze partner Warmtebedrijf Ede was al duidelijk dat het klimaat de energieproductie en -consumptie niet aankan. Dat was de drijfveer om een duurzaam warmtebedrijf in Ede te willen starten en het mondde uit in het opzetten van meerdere warmtebedrijven in verschillende gemeenten in Nederland. Assetmanager Bob Jansen, weet precies wat er allemaal komt kijken bij het opzetten van een warmtebedrijf. Hij neemt ons mee in het proces. Jansen: “Er zijn enorm veel disciplines betrokken bij het neerzetten van een warmtebedrijf, waarvoor gaandeweg nieuwe afdelingen moeten worden gecreëerd en mensen aan boord worden gehaald.”

Warmtebedrijf oprichten vanaf de tekentafel

Andere energiebedrijven kunnen bij het starten van een “duurzame afdeling” gebruik maken van een bestaande organisatie. Als je een nieuw warmtebedrijf start, heb je die niet en moet alles tegelijkertijd worden opgebouwd: vergunningen, opwekking, distributie, klantaansluitingen.

Het start op de tekentafel, met een ontwikkelingsfase, waarop een salesfase volgt voordat de aanleg van de warmteleidingen en alle bijbehorende constructies kan beginnen. Daarna volgen productie en distributie van warmte. Je hebt ook een bedrijf nodig, met expertise zoals bedrijfskundige expertise, een directie-, HR-, financial control-, communicatie- en juridische kennis. En er zijn bedrijfsondersteunende activiteiten zoals, assetmanagement, ICT en ten behoeve van kennisborging en -deling, innovatie en analyses.

Het begint vaak met gesprekken van het warmtebedrijf met belangrijke partners voor de ontwikkeling van het warmtenet. Dat zijn de gemeente waar het warmtenet wordt aangelegd, maar ook met woningcorporaties die een belangrijke startmotor van de energietransitie zijn. Bij landelijke en lokale overheidsorganen worden vergunningen aangevraagd die een voorwaarde zijn voordat het project daadwerkelijk kan uitgevoerd worden, zoals omgevings- en milieuvergunningen.

Dan wordt het tijd om partnerships aan te gaan. Aanleg van een nieuw net kost meer geld dan het uitbreiden of aanpassen van de bestaande gasinfrastructuur. In deze fase worden partnerships aangegaan met partijen die interesse hebben in de aansluiting op het slimme groene warmtenet, zoals projectontwikkelaars en particuliere bouwers. Jansen: “Projectontwikkelaars moeten bij de bouw van een huis aan voorwaarden voor duurzaamheid voldoen. Daarom besteden ze bij de bouw van de woning aandacht aan goede isolatie en andere energiebesparende maatregelen en zoeken ze naar de juiste warmtebron.” Een warmtenet is daarbij een van de duurzame opties. Ook ten behoeven van renovaties en verduurzaming van bestaande gebouwen worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt met woningcorporaties.

Vervolgens wordt een ontwerp wordt gemaakt en moeten er technische beslissingen worden genomen, bijvoorbeeld over de capaciteit van het leidingennetwerk. Ook boven de grond worden er essentiële constructies gepland, zoals overdrachtsstations en afleverstations. Bij de planning wordt rekening gehouden met werkzaamheden die al gepland staan in de openbare ruimte. Zo worden zogenaamde meekoppelkansen aangegrepen. Hiervoor wordt dus nauw samengewerkt met gemeenten om de overlast voor burgers te beperken en kosten te reduceren.

Als het grondwerk is uitgevoerd en de aansluitingen gerealiseerd, kan worden begonnen met de warmtelevering. Aangezien de warmte in deze fase voor het eerst bij de afnemer terechtkomt, vinden in deze fase vaak de eerste contactmomenten tussen het warmtebedrijf en de afnemer plaats. Dit zijn bijvoorbeeld huiseigenaren, bedrijfspandeigenaren of Verenigingen van Eigenaren. En daarmee komt het warmtebedrijf in een nieuwe fase: in contact met de eindafnemer.

Terug naar overzicht